
Stoïcisme: obstakels vragen geen rust, maar besluit
Er was een periode waarin ik het woord acceptatie te vaak gebruikte.
Niet hardop, maar intern.
Als verklaring waarom iets bleef zoals het was.
Wanneer acceptatie comfortabel wordt
Ik merkte dat ik situaties ‘accepteerde’ die in werkelijkheid een besluit van mij vroegen.
Een samenwerking die niet meer klopte.
Een gesprek dat ik bleef uitstellen.
Werkdruk die ik rationeel kon verklaren, maar praktisch liet voortbestaan.
Ik vertelde mezelf dat het buiten mijn controle lag.
Dat klopte deels.
Maar het verhulde iets anders: ik wilde de spanning van kiezen vermijden.
Wat stoïcisme daar níét over zegt
Stoïcisme zegt niet dat je obstakels moet omarmen om rustiger te worden.
Het zegt dat je de werkelijkheid moet zien zoals zij is,
zodat je niet langer reageert vanuit hoop, frustratie of vermijding.
Acceptatie is geen eindpunt.
Het is het begin van verantwoordelijkheid.
Het obstakel als spiegel
Wat ik een obstakel noemde, bleek vaak een moment waarop ik mezelf moest bevragen:
- wat probeer ik hier te behouden?
- waar schuif ik verantwoordelijkheid af?
- welke keuze stel ik uit?
Niet elk obstakel vraagt om verduren.
Sommige vragen om begrenzen.
Andere om stoppen.
Rust is geen criterium
Toen ik accepteerde zonder te kiezen, werd het niet rustiger.
Het werd stroperiger.
Zwaarder.
Pas toen ik verantwoordelijkheid nam voor wat binnen mijn bereik lag,
ontstond er helderheid.
Rust volgde soms.
Soms ook niet.
Maar dat was niet langer de maatstaf.
De vraag die ik mezelf nu stel
Niet:
Hoe kan ik dit accepteren?
Maar:
Wat vraagt deze situatie van mij, nu ik zie hoe ze werkelijk is?
Dat is zelden comfortabel.
Maar wel eerlijk.
Memento mori.
Mijn tijd is beperkt.
Uitstel vermomt zich graag als berusting.
Ik probeer dat te blijven zien.

