
Waarom uitstelgedrag een signaal is en geen voordeel
Uitstelgedrag wordt soms verdedigd.
Het zou creativiteit bevorderen.
Rust geven.
Beschermen tegen overhaaste keuzes.
Dat klinkt redelijk.
Maar het is misleidend.
Uitstelgedrag is geen voordeel, maar een functie
Uitstelgedrag doet één ding goed:
het verlicht spanning.
Niet structureel.
Niet duurzaam.
Maar direct.
Door iets niet te doen:
- hoef je nog niet te kiezen
- hoef je nog niet te falen
- hoef je nog niet zichtbaar te zijn
Dat voelt als opluchting.
Maar het is tijdelijk.
Waarom dit zo aantrekkelijk is
Uitstel houdt opties open.
Zolang je niet handelt:
- ligt niets vast
- blijft je zelfbeeld intact
- kun je jezelf nog van alles vertellen
Dat maakt uitstel begrijpelijk.
Maar niet wenselijk.
Het misverstand over ‘functioneel’ uitstel
Sommigen noemen dit “functioneel”.
Maar dat is alleen waar als je verwarring gelijkstelt aan functie.
Een rookmelder die afgaat heeft ook een functie.
Maar je noemt het geen voordeel omdat hij lawaai maakt.
Wat uitstel werkelijk aangeeft
Uitstel wijst meestal op één van deze dingen:
- een beslissing die je niet durft te nemen
- een verwachting die je niet wilt loslaten
- een verantwoordelijkheid die zwaar voelt
Niet omdat je zwak bent, maar omdat het ertoe doet.
De kern
Uitstelgedrag hoeft niet bestreden te worden.
Het moet begrepen worden, en daarna niet gevolgd.
Wie blijft hangen in de functie van uitstel, stelt handelen uit met een goed verhaal.
Leiderschap begint waar je het signaal serieus neemt, maar de regie terugpakt.
Accepteer wat er is.
Pas je handelen aan.
Accept & adapt.

